Vermoeidheid
Vermoeidheid passeert
En zakt verderop
Zacht zuchtend weg
Als de ondergaande zon
In het water
Achter de bogen van een brug
In de hoop
Weg te dobberen
Van de denderende drukte vandaan
Vermoeidheid passeert
En zakt verderop
Zacht zuchtend weg
Als de ondergaande zon
In het water
Achter de bogen van een brug
In de hoop
Weg te dobberen
Van de denderende drukte vandaan
Als iemand naar mij vraagt
Vertel ze dan dat ik
Het leven verlaten heb
Voor het paradijs van schrijven
Ik droeg een gordijn
Het sleepte, het sleepte
Door het gras
Verleden tijd?
Lijkt het ook verder weg
Hahahaha
Idioot
Wat doe je nou
Auw, alleen
Ik ken je niet
Je vervaagt
Ik wordt weggetrokken
Wordt, word?
Zie die trein
Het raast, duizelig
Gordijn
Verstop je erachter
Ik weet niet waar ik ben
Sneue, oude man
Zit bij de trein
Op een bankje
Ze zijn jong
Ze zijn gemiddeld
Grijs, zwart, kleur
Vele gezichten komen langs
Soms denkt hij
Gezien te worden
Licht zijn gezicht even op
Maar alles gaat
Langs hem heen
De schaduw glijdt terug
Treinen komen en gaan
Tot het geluid en leven
Uiteindelijk wegsterft
Sneue, oude man
Zit bij de trein
Op een bankje
Ik grijp onbezonnen
Naar grote stukken
Van net gevallen
Beschilderd glas
En zie bloedend
Het beeld
Zo mooi voorgesteld
Voorgoed verdwijnen
Geef me de baby
Geef me het kind op de arm
Maar wat doet het kind hier
Op deze vervloekte aarde
Wat ben je een egoïst
Waarom ben je vader of moeder
Je verwekt en baart zonder vragen
Heeft het leven zichzelf wel gewild