Wie

Wie kent het geheim Van wat we allemaal zijn Wie kent het grootste feest En is overal bij geweest Wie kent de geur van rozen En zingt het mooiste lied Wie hoort de zachtste geluiden En vergeet mij niet

Maria

Door God gedragen Zovelen van ons Maria echter Droeg ook God

Feest

Laat de bergen vliegen En de rivieren klateren Laat de vogels rennen En de wolken schateren Laat de bloemen dansen En de bomen zingen Laat de heuvels fluiten En de bijen springen

Droom

'Koekoek' zegt de boom 'Haha' snurkt de spin 'Grapje' zegt mijn droom 'Je zit er middenin!'

Bang

Elke dag, als ik mijn ronde door het dorp doe, leg ik snel een blaadje neer bij het standbeeld op het dorpsplein. Tijdens deze ronde ga ik langs de bakker voor wat brood, langs de drogist voor wat aardbeienzeep, langs de supermarkt voor nog wat andere boodschappen en soms nog langs de boekhandel voor een nieuw, groot schrift. Het is tussen mijn bezoeken aan de drogist en de supermarkt door dat ik even langs het standbeeld loop en mijn blaadje achterlaat. Een blaadje met een nieuw verhaaltje. Waarom ik dat doe? Dat doe ik omdat ik mevrouw Bang ben uit het dorpje Bingelberg. Ja, ik ben mevrouw Bang. Een klein, bedrijvig vrouwtje. Ik maak elke dag lekkere boterhammetjes klaar, poets de vieze kopjes schoon, schrob de trappen voor mijn huis en lees boeken. Boeken met allemaal avonturenverhalen. Of met gedichtjes. Of met plaatjes. Of met grapjes. Het maakt eigenlijk niet uit. Ik houd gewoon van lezen. Zelf heb ik ook een hoofd vol verhaaltjes. Het is soms net alsof ik een fonteintje in mijn hoofd heb waar allemaal verhaaltjes uit komen. Die verhaaltjes schrijf ik weleens op. Soms wel een paar per dag. Daardoor heb ik heel veel verhaaltjes in mijn huis liggen. Op een dag werd ik heel verdrietig. Omdat ik veel boeken lees en veel verhaaltjes geschreven heb. Omdat ik van verhaaltjes houd! Maar niemand de nieuwe verhaaltjes kent die ik geschreven heb… Dus trok ik op een dag mijn stoute schoenen aan. Kikkergroene schoenen met grappige strikjes. En dribbelde ik keurig weer door het dorp, van de bakker naar de drogist, maar niet van de drogist naar de supermarkt… Nee, ik liep van de drogist naar het standbeeld en van het standbeeld naar de supermarkt. En zo gaat het nu elke dag! Bij het standbeeld leg ik snel een blaadje neer, met een van mijn verhaaltjes. De wind neemt mijn blaadjes mee, en blaast ze naar allerlei plekken toe in het dorp. Af en toe vindt er iemand eentje. Dat heb ik weleens gehoord. Pas stond er zelfs een in de krant. Maar niemand weet dat de verhaaltjes van mij zijn. Want ik ben mevrouw Bang. Mevrouw Bang uit Bingelberg.

Vreemdeling

Geef me kracht Om haar trouw te zijn De vreemdeling Die ik heb omarmd Help me Betrokken en opmerkzaam te zijn Vriendelijk en liefdevol Hoe lang de tijd ook duurt Op een dag Een mooie dag Wil ik haar in de ogen kijken Het gezicht zien van mijn vriendin