Moe

Mevrouw Moe was weer helemaal aan het einde van haar Latijn. Met moeite was ze de trap opgeklommen en nu moest ze zich nog verder voorbereiden op een goede nachtrust. Haar man merkte op hoe moe ze was en vroeg haar of zij nog wat hulp van hem kon gebruiken. Mevrouw Moe antwoordde daarop: ‘Ja hoor, als jij nou in de badkamer mijn gezicht wast en mijn benen insmeert met bodymilk, dan doe ik hier mijn pyjama aan en ruim ik nog wat kleren op.’

Zes

Nooit verwacht dat ik als twintiger nog eens in een rolstoel zou belanden. Zelfs niet tijdelijk. In dit geval is het naar alle waarschijnlijkheid tijdelijk. En dat is maar goed ook. Leven op een lager niveau dan je gewend was is nooit makkelijk. Ik denk dat ik in de rolstoel ongeveer op het niveau van een zesjarige zit. Het niveau waarop je tegen de kassa aan kijkt. De meneer of de mevrouw achter de kassa is dan moeilijk te zien. Wel kijk ik dan regelrecht tegen de pakmijnogmaarevenmee-schappen aan. En nu begrijp ik dus waarom zesjarigen zo om snoep of prulletjes kunnen zeuren als ze met papa of mama bij de kassa staan. En nu begrijp ik ook waarom zesjarigen kramp in hun nek kunnen krijgen wanneer ze de spullen in de volwassenmiddelhoge tot hoge schappen in een winkel proberen te bekijken. Het is simpelweg boven hun niveau. Ze kunnen er nog niet bij. Ze hebben het inzicht nog niet. Iets wat ik op dit niveau mogelijk ook nog gemeenschappelijk heb met zesjarigen is de manier waarop anderen mij nu geneigd zijn te bejegenen. Als ik op een – voor mijn leeftijd – normaal niveau voor het zebrapad ga staan, gebeurt het nogal eens dat de autobestuurders opeens strepenblind blijken te zijn en vol gas door blijven rijden. Op rolstoelniveau kan dat wel een beetje veranderen. De bestuurder lijkt zich dan opeens weer te herinneren waar het zebrapad toe dient. Hij remt voorzichtig af en geeft mij de ruimte om over te steken. Op dit niveau blijkt het opeens wel onbeleefd te zijn om door te rijden. Hetzelfde geldt vaak voor zesjarigen. Een kind van zes laat je ook even oversteken, want dan weet je zeker dat het straks niet onder je auto ligt. Tenslotte is een kind van zes nog niet oud en wijs genoeg om de logica van autobestuurders te kunnen begrijpen. En dan heb je de lift. Op het niveau van een twintiger zijn mensen niet altijd geneigd mij nog even in de lift te laten stappen, zodat ik nog net met hen mee kan in het wisselen van niveau. Zij hebben dan zo’n zoekhetuit-blik, drukken op het knopje en zoemen net voor mijn neus weg. Op het niveau van een zesjarige krijg ik echter een achkomernogmaarbij-blik, vinden ze het prima om een stapje achteruit te doen en mij later ook de tijd te geven om de lift weer uit te rollen. Eigenlijk doen mensen sowieso wel aardiger tegen me als ik in een rolstoel zit. Zelfs zonder dat er een aanleiding voor lijkt te zijn. Zo herinner ik me een mevrouw met een baby. Zij bleef opeens anderhalve meter voor me stilstaan, met de baby op haar arm, en glimlachte naar me. Ik raakte een beetje in de war, want als twintiger ben ik dat niet gewend. Gelukkig kwam ik nog net op tijd weer bij mijn positieven en kon ik haar een flauw lachje teruggeven. Prompt kwam er toen ook nog een man aanlopen. Hij nam de baby van haar over en glimlachte – tot mijn verbazing – ook naar mij. Ik begreep er echt niets van. Waarom zouden ze dat doen? Dat hoort volgens mij niet bij het niveau van een zesjarige. Tenzij je als zesjarige misschien een heel schattig gezichtje hebt en leuke staartjes in je haar. Maar ja, dat heeft dan nog niets met een twintiger in een rolstoel te maken.

Verval

Tempel in verval Niet goed gezorgd voor een deel Van de drie-eenheid Die ik ben Tempel in verval Het Hogere zal zich afgewezen voelen Na het wonen In een tempel van verval Geestelijke idealen Maar weinig waardering voor wat stoffelijk is En nu Nu is hij in verval Tempel in verval Het kost tijd u te restaureren Dank aan het Hogere Voor zijn geduld

Nee

Ik ben ziek Ik zit al bijna tien maanden thuis Gevangen door verrekte omstandigheden Het is onvoorstelbaar Dat wat me nu overkomt En ik ben het spuugzat Ik heb het genoteerd, mevrouw Ook nog een kopje koffie, misschien? Nee, dank u Ik heb genoeg te verteren

Thee

Wie Heeft ooit verzonnen Dat een waterkoker Zo zwaar moest zijn Waarom Loop ik met een leeg theeglas Naar de salontafel En zet ik het vervolgens neer Terug Er zit nog geen thee in De waterkoker Is klaar Met twee handen Hijs ik Het ding omhoog Ik giet Warm water in het theeglas Au Ik brand me aan het ding Nu nog Zo’n theezakje erin Kijk uit Het wordt te donker Eruit Naar de salontafel Brengen De thee En niet vergeten Op te drinken Dit is De eerste keer Dat ik weer Thee heb kunnen zetten

Koffie

Tot voor kort Heb ik Al twee Pogingen gedaan Om Koffie Te zetten Poging nummer 1 Toen De koffie Doorgelopen was Was ik Alweer vergeten Dat ik Koffie Had gezet Na een tijd Hoorde ik Het ding Geluid maken Wat is dat Oh Het Koffie Zet Apparaat Oh Ja Ik had Koffie gezet Oude koffie Niet meer Te drinken Poging nummer 2 Koffie gezet Niet vergeten Maar Zonder nadenken In een gewoon Drinkglas Geschonken Het ding Hield het Wel Het is Sterk glas Maar Het voelde Raar Toen Dacht ik Oh Ja In een mok Toen Koffie Over Gegoten Maar De helft Bleek opeens Op de keukenvloer Te liggen Toen Gaf ik Het Maar op